schrijfsels

Vinexwoning en tropenjaren

Het heeft even geduurd en ik geloof dat het zover is. De tropenjaren zijn voorbij. Geloof ik. Al klop ik het toch meteen wel even af.

Bijna tien jaar geleden stak er een storm op in mijn leven waarvan ik me nog geregeld afvraag ‘of het nou zo nodig was’. En eerlijk: ik zou ze geen van drieën willen inleveren hoor! Maar vrijwel dagelijks bedenk ik me dat vrijwel alles in mij zo is ingericht dat moederschap er niet echt logisch mee combineert. Allereerst heb ik niets met kinderen! Ik was als kind niet in de weer met de jongere buurkinderen, ik heb niet noemenswaardig oppaswerk gedaan (dat ene oppaskind dat ik wel had heeft het verstandigerwijs ook nooit verzonnen om wakker te worden tijdens mijn dienst. Ik zou niet weten wat ik had moeten doen) en ik heb nimmer een urgente kinderwens gehad. Hoe ik aan drie kinderen kom? Met het antwoord dat ik makkelijk zwanger wordt maak ik me er te snel vanaf zeker! Dat is het ook niet hoor, al is het wel waar.

Bij nummer 1 wilde mijn man graag en leek het me meer iets voor mijn lijf dan mijn hoofd om over mee te beslissen. Het resultaat moge duidelijk zijn. Na de geboorte van nummer  1 was mijn hoofd daar alsnog dermate van verward dat ik riep ‘dit was 1 keer en noooooit meer’, maar dat trok na enige tijd bij. En vijf minuten na de geboorte van nummer 2 riep ik dat ik er nog 1 wilde. Zo geschiede.

Maar ik houd er van mijn gedachten af te maken. Ik kan pas nadenken als mijn huis is opgeruimd. Ik heb uren tijd nodig om alle prikkels uit de wereld te laten bezinken en doe dingen graag in mijn eigen tempo. Ik kan niet koken als er tegen me gepraat wordt en ik neem de verkeerde afslag als er tegen me gepraat wordt. Ik slaap het liefst zonder iemand extra in mijn bed en als ik ’s nachts wakker wordt gemaakt slaap ik niet meer verder. Ik kan niet knutselen, afgezien van wat ik knutsel in mijn hoofd. Ik kan niet tegen smakken, kots en groene poep.  En als we het dan toch hebben over poep: ik poep ook graag ALLEEN.

Kortom niets dat roept om moederschap, maar dat wist ik niet van tevoren!

Nu, bijna tien jaar na de geboorte van de eerste vind ik mezelf terug in een opgeruimde Vinex-woning en ik krijg ondanks de locatie weer lucht. Er gaan boeiende gesprekken ontstaan met mijn kinderen, ik heb het sporten weer opgepakt en heel af en toe kan ik een gedachte afmaken. En als ik die gedachte afmaak dan denk ik: wow we hebben het gered en het is leuk! En over iets meer dan 6 jaar gaat de eerste al weer uitvliegen. Dus ik ben getransformeerd in een blije mama. Die weliswaar nog steeds niet altijd  haar gedachten kan afmaken en bij onderbrekingen nog steeds suiker in de soep gooit en de verkeerde afslag neemt. Maar alles waar ik niet goed in ben hebben we overleefd.  En al die mensen die zeggen: wacht maar tot ze in de puberteit raken. Dat zal allemaal wel maar dit worden onze koningsjaren!

Cathelijne Wildervanck

NLP-trainer, schrijver, coach

Knobbeltje

14 juni 2013

Er zit een knobbeltje in mijn borst. Misschien zit het er al lang, misschien zit het er net. Ik ben niet zo iemand die een gedetailleerde landkaart in haar hoofd heeft van haar eigen voorgevel. Ik weet wel ongeveer hoe ze in elkaar zitten hoor, maar ja….als je eenmaal iets voelt verdwijnt elk gevoel voor rede en kun je niet meer bedenken: zat dit er al? Hoort dit? Hoe was het een half jaar geleden? Wellicht loop ik al mijn hele leven rond met dit ienieminie verdikkinkje. Maar toch…

Nou ben ik niet zo dol op dokters. Ik steek liever mijn kop in het zand. En dat deed ik dus. Maar de betreffende borst ging wat pijn doen en dat nam ik zelfs ondergronds waar. Kop maar even uit het zand gehaald en her en der gevraagd: wat vind jij dat ik moet doen? Unaniem: ga naar de dokter. Kop weer in het zand gestoken.

Tot mijn lief er achter kwam dat ik ongeveer elke trap die ik nam me afvroeg of het feit dat ik buiten adem was niet betekende dat…..En dat als ik aan het babyboek van jongste zat te werken, die is trouwens vier dus het is rijkelijk laat, ik me afvroeg of ik dit af aan het maken was omdat ik onbewust aanvoelde dat…. En dus moest ik een afspraak maken, wat ik deed, voor de volgende dag.

En als eenmaal de afspraak gemaakt is, gaat het als volgt:

Ik word ’s morgens wakker en zie twee kraaien op het balkon. Die zijn er anders nooit dus ik denk: dit is vast een slecht teken! En als ik het parkeerterrein van de huisarts oprij, komt De Vlieger van Andre Hazes uit mijn autoradiootje. Zie je wel! Denk ik van binnen en weet zeker dat het universum naar me zit te seinen.

Over het bezoek kan ik kort en krachtig zijn. Deze arts was grondig, zorgvuldig en straalde uit te weten waar ze het over heeft. Nee ze voelde niets geks, in de verste verte niet. En ja sommige klieren zijn wat dikker en stugger dan anderen. En nee, voor nu niet echt nader onderzoek nodig. En ja, voor mijn geruststelling mag ik best over een tijdje nog een keer terugkomen.

Kijk het is niet helemaal de bedoeling dat je je huisarts om de hals vliegt. Dat doen ze alleen bij Grey’s Anatomy en het ziet er dan ook nooit uit alsof de betreffende arts er dolblij van wordt. Dus ik hou me in. En juich van binnen. En denk: domme doos! Wat kan jij jezelf gek maken! Het is notabene een deel van mijn vak: mensen bewust maken hoe ze zichzelf ook met hun gedachten meer of minder ziek kunnen maken. Ik weet alles van wat je water geeft groeit en weet nu ook weer even alles van jezelf gek maken. Ik dank het universum voor deze fake wake up call. Je weet het maar nooit met het leven, dus ik heb besloten er nog wat meer van te gaan genieten!

Cathelijne
NLP-trainer, schrijver, coach

 

Later Kater

8 juni 2013

Als kind was ik voor mijn gevoel altijd een beetje ‘te’. Te intens, te druk, te direct. Soms ook te verlegen, te onzeker en te introvert. Maar vooral ‘te’ dus. Ik ging over grenzen van mensen heen, kreeg ik te horen. En ik als guppie van 8 maar zoeken van binnen wat dat was, over grenzen van mensen heen gaan. Tegenwoordig is dat anders. De mensen om me heen vinden me wel heftig, of zoals iemand eens zei “je bent een intens wijf”. Ja dat klopt. Niet altijd even makkelijk, wel iets dat bij mij hoort. En inmiddels kan ik redelijk goed regelen dat ik omga met mensen die op zijn best blij worden van ‘een intens wijf’ en op zijn slechtst er niet van ondersteboven van raken.

Het heeft wat jaren gekost. Dat wel. En hoewel sommige mensen de vuurproef of ze mij aan kunnen met vlag en wimpel doorstaan, is het toch vaak ook even aftasten. Blijven mensen overeind bij zo’n stroom aan eerlijkheid, ideeën, emotie en toewijding? Want ja ik sta bol van plannen, heb altijd honderdduizend ideeën en ben relatief snel geraakt, in vuur en vlam of verdrietig.

Wat ik gemerkt heb is hoe fijn het is om te gaan met mensen die zelf sterk in hun schoenen staan. Die voelen waar hun grenzen liggen en weten wat ze wel en niet willen. Mensen die zonder enige scrupules en zonder enige narigheid gewoon zeggen: nee ik heb even geen zin. Of joh leuk idee maar ik heb een voorstel om het anders te doen. Mensen die het gewoon zeggen als ze moe zijn, die het vragen als ze hulp nodig hebben, die meestuiteren als ze helemaal in de mood zijn en die iets geven zonder iets terug te vragen. Mensen die dus op hun eigen benen staan, zelfbewust en die weten wat wanneer goed voor hun is. En voor je denkt; dat zijn we toch allemaal? Ammehoelah! Want mocht je net als ik een beetje “te” zijn, dan zul je herkennen hoeveel mensen gedogen. Laten gebeuren waar ze zich eigenlijk niet goed bij voelen. Om later, te laat dus, te zeggen dat ze eigenlijk geen zin hadden maar ja je was zo enthousiast. Of die later afhaken in de vriendschap omdat…..vul maar in wat er niet voor hun klopte. Mensen die pas na een hele tijd aangeven dat ze je steun of liefde nodig hebben op een andere manier dan je gaf. Mensen die voor jou iets doen wat ze niet willen vanwege wat voor overtuiging dan ook. En dan later……is het ineens genoeg of zelfs teveel. Dat is een kater, dat later!

Dus om die later-kater te voorkomen, gaan mensen ‘zoals ik’ inhouden, voorzichtig doen, pleasen en aftasten. Wat doodzonde is, want we zijn zo blij, krachtig en enthousiast zoals we zijn. Herkenbaar? Is het een ziekte? Moet het een naam hebben zodat er hulp geboden kan worden aan mensen ‘die over grenzen gaan’? Of kun je zijn wie je bent? Kan je omgeving je nemen zoals je bent en daarbij zelf ook overeind blijven? Want dat we niet met iemand om weten te gaan, zegt wellicht meer over onszelf dan over die ander!

Cathelijne
NLP-trainer, schrijver, coach

 

 

 

Positieve psychologie

11-2-2013

“Mijn kind is niet druk, hij is gewoon erg energiek.”
“En hij is niet snel afgeleid, maar hij heeft gewoon een groot associatievermogen.”
“Hij is niet overgevoelig, maar juist heel intuïtief.”
“Hij praat niet voor zijn beurt, maar is gewoon enthousiast.”

Sommige mensen noemen dit voorgaande ‘positief kijken naar ADHD’. Ik vind dat de boel een beetje belazeren. Je vind het gedrag van het kind namelijk nog steeds ongewenst, onhandig, anders zou je niet de behoefte voelen om het zo nadrukkelijk te benoemen en een andere naam te geven. Het was eerst A en doordat we het nu positief gaan belichten heet het nu B. Waarom ik dat de boel belazeren vind? Omdat degene die A in B verandert, vaak van binnen nog steeds wel voelt dat het niet-gewenst gedrag is. Dat het nu iets minder erg klinkt, maar nog steeds ánders is. En dat voelt een kind. En de meeste kinderen willen niet het gevoel hebben anders te zijn. Of zoals mijn moeder tegen me zei: “Ja, ik ben heel trots op wat je allemaal doet….MAAR…!” Die MAAR weegt zwaar, net zoals het gevoel dat het überhaupt nodig is je hersens in te zetten voor de herformulering van A naar B. Dat voelen we!

Een andere weg dan. Mensen met ADHD zijn heel creatief, sociaal en zitten vol ideeën. Mensen met ADD (dus als de H mist) zijn heel gevoelig, intuïtief en creatief.
Als het voorgaande waar is, zou dat mooi zijn, maar het is niet altijd waar. Ik ken heel veel mensen met ADHD die niet bijster creatief zijn, en ook genoeg mensen met ADD met wat je noemt een bord voor hun kop. Dus is het ook weer recht praten wat krom is. “Je hebt ADHD, maar dat geeft niet hoor want dan ben je ook heel X, Y, Z.” En als je dat maar vaak te horen krijgt, ga je dan vaak wel zorgen dat je X, Y, Z doet. Zoals een cursist zo mooi zei: “Al mijn leven lang probeer ik een blauw vierkantje te zijn, terwijl ik eigenlijk een rood rondje ben.”

Dus wat dan wél? In mijn ogen is een positieve benadering in elk geval om mensen met ADHD niet als méér anders te zien dan andere mensen. Ieder heeft zo zijn deukjes. Als ik in een lezing vraag: “Wie heeft in zijn jeugd meer dan geregeld het gevoel gehad gek te zijn, anders te zijn?”, dan gaan er heel veel handen de lucht in. Ook als ik de lezing onder hulpverleners, psychiaters of leerkrachten geef. Alleen bankdirecteuren heb ik nog niet uitgeprobeerd!
Mensen met ADHD zijn niet één of andere vreemde soort waarvan je door de problemen heen de leuke kanten moet zien. Je moet hun leuke kanten zien, punt! Want ieder mens groeit en bloeit als hij gezien, gewaardeerd en begrepen wordt. Als je gezien, gewaardeerd en begrepen wordt, kun je in een fysieke toestand komen waarin je kunt leren, liefhebben, ontdekken, invoelen en aanvoelen. Als je je gezien, gewaardeerd en begrepen voelt kun je beter ontdekken wat je wilt, wat je nodig hebt en hoe je dat gaat krijgen. En als je al die dingen kunt, is er heel veel minder tijd en aandacht in je brein voor probleemgedachtes en probleemgedrag.

Zo simpel? Ja, zo simpel. Probeer het maar eens uit!

Cathelijne

NLP-trainer, schrijver, coach

 

Moeder dochter

20 december 2012

Op stap met dochterlief is leuk. We houden van echte ‘damesdingen’ zoals we dat dan noemen. Shoppen, naar de kapper, nagellakjes kopen. Dat soort dingen. Ook samen met de jongens op stap kan leuk zijn, als we gaan zwemmen bijvoorbeeld.

Dochter is 5 en moeder is 41. En moeder snapt het langzaam maar zeker. Want vrijwel elk uitstapje gaat het mis. Uiteindelijk. Of het uitstapje nu drie uur duurt of twintig minuten. Het gaat mis. In de laatste tien keer zestig seconden. Steevast.

In de laatste tien minuten van ons gezellig samenzijn breekt doorgaans alsnog de pleuris uit. Dan wil ze iets wat ik niet wil, dan gaat ze wensen stapelen wat er allemaal nog gebeuren moet. Dan moet het allemaal ineens op haar manier. Neem zo’n middagje zwemmen: haar jurk lag niet op de juiste plek in het kleedhokje. Haar knoopjes waren van boven naar beneden dichtgedaan in plaats van andersom. Ze moest haar onderbroek zelf aandoen wat natuurlijk een schandalig verzoek is aan een meisje van 5! Dat broertje van drie op dezelfde instructie (“Trek jij even je onderbroek aan?”) vlijtig aan de slag gaat doet daar niet aan af. Nee, ze doet niet zelf haar onderbroek aan. En dan hebben we nog te gaan: de rest van de kleding, de tocht van het zwembad naar de auto, de keuze wie er voorin mag en bij thuiskomst onmiddellijk: “Ik verveel me.” Arg, kun je niet iets meer op je broertjes lijken die gewoon doen wat je vraagt, mits het verzoek binnen redelijke grenzen valt, en bij thuiskomst op hun kamer gaan chillen?

En toen ging ik even terug in de tijd. Als ik in mijn studietijd een avondje uit was geweest, wist ik het altijd zo te sturen dat mijn vriendinnen nog even omfietsten langs mijn huis. Was gezelliger dan ergens op een koud plein afscheid nemen. Als ik een heel weekend een sporttoernooi had gehad in Amsterdam en na de treinreis arriveerde in mijn kamer in Groningen (er was toen nog geen GSM dus de terugweg sleet ik in eenzaamheid) wist ik niet hoe snel ik mensen moest gaan bellen om ‘bij te praten’ ook al had ik ze drie uur daarvoor nog gezien. En anno 2012 als ik een hele dag training heb gegeven en ik stap in de auto, pak ik onmiddellijk de telefoon om vrienden of mijn man te bellen.

Want samen is fijn. En alleen zijn is ook fijn. Alleen de overgang van samen naar alleen, da’s niet altijd even makkelijk!

« Pagina 1 »