Dag 77: als je in de shit zit

Created with Sketch.

Dag 77: als je in de shit zit

Het is soms een dun lijntje tussen wat kinderen kunnen en wat ze nog niet kunnen. Het is een kunst als ouder voorzichtig met dat dunne lijntje om te gaan. Help je teveel dan geef je ze maar zo het gevoel dat ze zelf niet genoeg kunnen, niet goed genoeg zijn, hulp nodig hebben. Help je ze iets te weinig en dan kunnen ze zich zo maar alleen voelen, niet gesteund en klunzig. Iets van timing en er tussen heen- en weer pendelen heb ik altijd gedacht.

In 1 ding was ik wel altijd heel helder: als je écht in de problemen zit dan krijg je hulp, steun en zullen we je niet veroordelen of zeggen dat het stom is.

Nou gaat zo’n boodschap meestal ene oor in andere oor uit. En ik wil wel echt graag dat als ze ergens bang voor zijn, zich schamen, iets hopeloos verknald hebben of dat allemaal tegelijk, ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Dat het veilig is om ons te laten weten dat je iets heeeeel stoms hebt gedaan en dat we je dan steunen. En ook als je niet iets heeeeel stoms hebt gedaan maar wel bang bent voor afwijzing, je schaamt, het niet meer weet.

Tja en dat blijft dan nog steeds vrij abstract, dat ‘je kunt altijd hulp vragen en je hoeft je nergens voor te schamen’. Dus concreter zeg ik dan: als je me op je 16e komt vertellen dat we opa en oma worden, ik sta achter je. Als je me komt vertellen dat je verliefd bent op iemand van dezelfde sekse, ik ben trots op je. Als je me komt vertellen dat je iemands auto in de prak hebt gereden, ik sta achter je. Ik los niet alles voor je op, ik ben geen toverfee, maar ik sta achter je, ik steun je, ik help je het op te lossen waar dat kan. Je voelt je zelf misschien al stom, klunzig, beschaamd, daar heb je mijn oordeel niet bij nodig. De meeste mensen en dus ook kinderen hebben al genoeg zelfkritiek, daar hoef je als ouder geen schepje bovenop te doen. Ik denk dan: je hebt nodig dat ik je steun en meedenk, dat ik je insluit en voor je opkom in een wereld die soms even te groot voor je is.

En dat probeer ik dus zo af en toe tussen die oren te proppen. Met als effect: Jahaaaaa, nu weten we het wel mam!

En toen was er die maandagochtend. Ik kreeg een telefoontje dat Florian kwijt was. Boos weggelopen, op zijn sokken en zonder jas midden in de winter, 9 was hij. Oeps. Ik belde zijn vaste juf, die op maandagochtend vrij is, voor advies. Ze zei: ‘ga hem maar zoeken, ik kom zo naar school, laat hem maar weten dat hij met niemand anders hoeft te praten en dan kijk ik wel met hem.’
Maar we vonden hem niet. Niet in de school, niet om de school, niet in het dorp, niet thuis, niet bij zijn vriendjes. Samen met Charlotte en haar BFF struinenden we de hele buurt af. En toen belde de juf weer, ze ging zo op pad naar school en kwam langs ons huis. Of ze nog even moest kijken. Ik bleef aan de lijn en hoorde haar ons huis binnen lopen en zeggen ‘hé Florian, zit je hier te gamen?’ Nou is deze juf goud, dus luchtig maar ook in oprecht contact zorgde ze dat hij met haar mee ging de auto in. Op de parkeerplaats bij school stapte een schuchter mannetje uit, tien centimeter kleiner dan normaal. Ik had tranen in mijn ogen. Hij keek me aan en juf zei: ‘hij is bang dat je heel boos bent.’ Mijn antwoord: ‘mannetje ik ben helemaal niet boos. Ik ben verdrietig voor jou dat je je zo machteloos hebt moeten voelen dat je niets anders wist dan weglopen. ‘ Hij vloog me in de armen, daarna met juf mee naar school en ik weer naar huis. Later thuis zei hij: ‘mama je zegt altijd dat je ons altijd zal steunen (hm, toch niet ene oor in anderr oor uit!) en ik dacht altijd ja ja dat zal wel. Maar nu geloof ik het echt!’

En misschien denk je nu: ja wacht maar tot ze echt rottigheid uitvreten. En ook dan: als je in de penarie zit, als je je ergens voor schaamt, als de wereld even te groot is voor je en ondanks wat je daar zelf misschien voor stoms in gedaan hebt, ik sta achter je. Simpelweg omdat ik van je hou, trots op je ben en geloof in je heb!

Tot morgen,
Cathelijne

VERTEL HET ZAADJE NIET
Dat het een bloem moet worden
Dat het hard moet werken
Goed moet luisteren
En zich voorbeeldig moet gedragen
Zich moet haasten voordat
De andere bloemen te hoog zijn en,
Boven hem uittorende,
Hem de zon ontnemen
Maak het zaadje niet klein
Door te zeggen dat het maar een zaadje is
Terwijl er een wereld aan bloemen in hem leeft
Vertel het zaadje niet hoeveel het moet drinken
Hoeveel het moet zonnen
Hoeveel het moet groeien
Wat het moet worden
Vertel niet
Dat breken niet de bedoeling is
Dat hij heelhuids aan moet komen
En vraag je dan niet af
Of hij wel de goede kant op gaat
En hoe hij dat zo zeker weet dan
Vraag het zaadje niet
Wat zijn plan is
Welke kleur zijn bloem word
En hoe hij daar gaat komen
Zo hoog
En waar hij denkt
die kleur vandaan te halen
Uit die gele zon? Of de bruine grond?
Vertel het zaadje niet dat hij pech heeft
Verkeerde ouders of
Verkeerde grond
Te weinig regen
Of te veel zon
Vertel het plantje niet dat het niet goed groeit
Te krom te langzaam te raar
Dat de blaadjes er gek uitzien
Of te veel aan een kant staan
Dat hij gek danst
Of geen kans heeft
Slechts om vertrapt te worden
Opgegeten
Opgegeven
En vertel hem uiteindelijk niet
Dat de bloem de verkeerde kleur heeft
Omdat de bloemen om hem heen anders kleuren
Of dat hij verkeerd ruikt
Niet zoet genoeg is of te veel op een ander lijkt
Dat geen vlinder of bij naar hem omkijkt
Vertel het zaadje slechts
Hoe mooi het is
Hoe eigen
Hoe echt
Vertel het zaadje
Dat hij uniek is
Er nooit eentje was zoals hij
En dat dat nou juist zo prachtig is
Dat we zo benieuwd zijn naar
Hoe je groeien zal
En wat je brengen zal en
Dat de aarde je draagt
De zon naar je lacht
En het water je voedt
Dat we blij zijn dat je er bent
Op precies de goede plek
Met precies de goede manier van zijn
Dat de wei nog net wat mooier is
En dat je daar samen zal staan
Met al die anderen
Die net zo prachtig uniek zijn als jij
En precies dat maakt het
Goed
Zachtjes regent het
Op de grond
En er is geen haast
Je voelt vanzelf
Wanneer je breekt en open gaat en
Onthoud
Dat wat je bent nooit vergaat
Hoe je ook groeit of breekt of bloeit
Wees Welkom
– Esther van Nieukerken –